Van woning naar bediening Beatrixsluis

De werkzaamheden aan de witte sluiswachterswoningen zijn vorige maand begonnen. Tot een jaar geleden werden ze nog bewoond, maar over een jaar wordt van hieruit het sluiscomplex bediend.

Impressie van de nieuwe bediencentrale

De sluiswachterswoningen van weleer zijn niet meer, althans niet als woning. De monumentale witte huisjes uit de jaren 30, die oorspronkelijk als woonruimte dienden voor technici en sluiswachters, krijgen met de aanleg van de 3e kolk in de Beatrixsluis een nieuwe functie. ‘Ze worden omgebouwd tot het nieuwe bediencentrum van de Beatrixsluis, van waaruit straks het gehele sluiscomplex bediend wordt’, vertelt Leo Nieuwenhuizen, technisch manager bij Sas van Vreeswijk.

Isoleren

De buitenmuren blijven overeind, maar van binnen wordt alles gesloopt. Daarvoor zijn de werkzaamheden in november gestart. Nieuwenhuizen: ‘We gaan van binnenuit alles opnieuw opbouwen. Bovendien gaan we het gebouw zo goed mogelijk isoleren, want daar was nog veel aan te verbeteren. Dat scheelt ook in stookkosten. De bedienruimte voor de sluiswachters en de technische ruimtes zullen de meeste ruimte in beslag nemen, de rest van de huisjes is bestemd voor andere functies zoals een serverruimte, kantoor en vergaderruimte.’

Uniforme schermen

In april 2018 moeten de voormalige sluiswachterswoningen bouwkundig helemaal klaar zijn en kan Sas van Vreeswijk alle techniek voor de toekomstige bediening installeren. Daarvoor wordt software op maat ontwikkeld. ‘Rijkswaterstaat wil alle sluizen op dezelfde manier kunnen bedienen. Die eisen voor wat betreft uniformiteit in het bedienscherm van de sluismeesters moeten wij vervolgens specifiek zien te maken voor de Beatrixsluis.’ Vanaf elke plek moeten straks alle 3 de kolken te bedienen zijn. Er komen in totaal 3 bedienplekken: 1 voor de bediening van alle deuren aan de Lekzijde, 1 voor de bediening van de deuren aan de zijde van het Lekkanaal en een reserveplek voor als er 1 uitvalt. ‘Het schutproces moet immers altijd kunnen doorgaan.’

Technisch complex

Voor al deze nieuwe bediensoftware is een geavanceerd computersysteem nodig waarmee de signalering de camera’s en ook de sluisdeuren integraal kunnen worden aangestuurd. ‘Op een sluizencomplex heb je met verschillende systemen te maken, die moeten allemaal op elkaar afgestemd en natuurlijk aantoonbaar veilig zijn’, legt Nieuwenhuizen uit. ‘Een sluisdeur mag bijvoorbeeld nooit en te nimmer spontaan open gaan. Dat lijkt eenvoudig, maar vraagt veel van de aantoonbaarheid van deze veiligheid van het ontwerp. De complexiteit komt vooral doordat we niet alleen een veilige sluis willen, maar ook een heel erg beschikbare sluis. Bij een storing moet het systeem er altijd voor zorgen dat er geen onveilige situaties ontstaan. Dit leidt namelijk bijna altijd tot een gestremde kolk. Daarom hebben we een gespecialiseerde partij in de arm genomen, Agidens, die alle installaties ontwerpt, programmeert, plaatst en test. Zij gaan tot het uiterste om een veilige en beschikbare sluis te realiseren.’

Sluismeesters als klankbord

Nieuwenhuizen geeft aan dat de sluismeesters een belangrijke stem hebben bij de inrichting van het bediengebouw en de ontwikkeling van het nieuwe bediensysteem. Een klankbordgroep van 5 bedienaars is daarom nauw bij dit proces betrokken. ‘De sluismeesters denken mee over zaken zoals het camerazicht op de kolk, de inrichting van het gebouw, en over het inpassen en zo optimaal mogelijk kunnen inzetten van schutten XL (schutten met de buitenste deuren). Niet meer dan logisch dat ze dat doen, want zij zijn het die heel veel ervaring hebben en de sluis straks moeten bedienen.’

Bron:Rijkswaterstaat

Geef een reactie